Home > NAE > Veelgestelde vragen > Literatuur eetstoornissen

Literatuur eetstoornissen

Naar categorie:


Psychopathologie: eetbuistoornis

  • The 2002 official patient´s sourcebook on Binge Eating Disorder: a revised and updated directory for the Internet Age/Parker J N Parker P M
    San Diego: ICON Health Publications. 2002. 198 p
    Dit boek biedt een overzicht van informatie voor mensen die lijden aan een eetbuistoornis (binge-eating disorder) en is bestemd voor hen die scholing en onderzoek deel willen laten uitmaken van behandeling. Het boek is verdeeld in drie delen. Het eerste deel geeft aan wat een eetbuistoornis is, welke gevolgen het heeft en welke mogelijkheden voor behandeling er zijn. In het tweede deel wordt ingegaan op diverse wetenschappelijke onderzoeken met betrekking tot de eetstoornis, welke literatuur er bestaat, multimedia, websites van klinieken en organisaties enbesc dissertaties. Het derde deel bevat algemene informatie over medicatie, alternatieve geneeswijzen, voeding, websites en medische bibliotheken. Het boek bevat veel titels van boeken en artikelen en relevante websites.
    KEN: C0.3 park
  • Körperbild bei Frauen mit ´binge-eating´-störung/Hilbert A
    Marburg: Philipps-Universität. 2000. 186 p
    In dit proefschrift wordt uitgegaan van een verstoring in het lichaamsbeeld, dat optreedt bij mensen die lijden aan een eetbuistoornis. Er wordt onderzocht welke invloed het slankheidsideaal kan hebben op de lichaamsbeleving, zodat mensen problemen ontwikkelen in hun eetgedrag. De ontwikkeling van een eetbuistoornis wordt geschetst, waarbij diagnostische criteria, epidemiologie, beloop en psychopathologie worden uitgediept. Vaak hebben mensen met een eetbuistoornis te kampen met obesitas. Lichaamsbeeld en lichaamsbeleving zijn bij mensen met eetstoornissen negatief. Via diverse meetinstrumenten is dit te testen. Binnen cognitieve therapie kan dit behandeld worden. In het eerste onderzoek van dit proefschrift wordt bekeken hoe een verstoring in het lichaamsbeeld bij vrouwen met eetbuistoornis en boulimia nervosa eruit ziet. De tweede studie onderzoekt psychologische effecten van lichaamsconfrontatie bij vrouwen met een eetbuistoornis. De gebruikte vragenlijsten zijn als bijlage opgenomen. Hilbert concludeert, dat vrouwen met een eetbuistoornis meer psychopathologie vertonen dan vrouwen met obesitas zonder eetstoornis. Vrouwen met een eetbuistoornis hebben een negatiever lichaamsbeeld. Therapie daarvoor is een complexe zaak.
    KEN: C0.3 hilb

 


Voorlichting

  • Deskundigen over eetstoornissen: de meest gestelde vragen over eetstoornissen helder en overzichtelijk beantwoord/Bremer R
    Baarn: Tirion. 128 p
    Dit boek gaat in op alle vormen van gestoord eetgedrag en de gevolgen daarvan: anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis, obesitas en chronische voedselweigering bij jonge kinderen. Mensen die zelf te maken hebben met een eetstoornis en ouders van kinderen met een eetprobleem beschrijven hun ervaring. Hulpverleners die werken in gespecialiseerde instellingen geven informatie over behandeling, kenmerken van eetstoornissen en herstel.
    KEN: J brem
  • Omgaan met eetstoornissen: Anorexia nervosa, boelimie, dwangmatig eten. Waarom kan iemands lichaamsgewicht het belangrijkste levensvraagstuk worden?/Melville J
    Utrecht: Het Spectrum. 1985. 130 p
    In dit boek wordt uitleg gegeven over verschillende eetstoornissen, waarbij vooral veel aandacht is voor anorexia nervosa. De informatie is verzameld via allerlei literatuur; regelmatig worden hulpverleners en patiënten geciteerd. De theorie wordt geïllustreerd met veel voorbeelden.
    KEN: J melv
  • Boulimie en eetbuien overwinnen: een gids voor patiënt, gezin en hulpverlener/Vanderlinden J
    Tielt: Lannoo. 2001. 253 p
    In dit boek wordt uitgebreid uitleg gegeven over boulimia nervosa en binge-eating disorder, of eetbuistoornis. Aan de hand van patiëntenverhalen gaat de auteur in op de kenmerken van deze ziekten, gevolgen ervan, behandelvormen, zelfbeschadigend gedrag en een therapieplan. Ieder hoofdstuk bevat huiswerkopdrachten, waarmee dit boek een zelfhulpfunctie heeft. Er wordt uitleg gegeven voor de omgeving en voor niet-gespecialiseerde hulpverleners.
    KEN: J vand
  • Eating disorders: anorexia, bulimia and binge eating/Gay K
    Hants: Enslow Publishers, Inc.. 2003. 112 p
    Eetstoornissen zijn van alle tijden, alle landen en komen in allerlei vormen voor. Vrouwelijke heiligen en beroemdheden bleken er ook aan te lijden. In eenvoudige taal gaat dit boek in op de kenmerken, behandeling, preventie en onderzoek van en naar eetstoornissen.
    KEN: J gay
  • Eating disorder survivors tell their stories/Chiu C
    New York: Rosen Publishing Group. 1998. 64 p
    Eetstoornissen zoals anorexia nervosa, boulimia nervosa en de eetbuistoornis zijn ernstige ziekten, die vaak op jonge leeftijd beginnen en grote consequenties kunnen hebben. In dit boek verhalen enkele jongeren over hun ervaring met een eetstoornis en hoe zij eraf zijn gekomen.Daarnaast geven zij een advies wat je kunt doen als je zelf een eetstoornis hebt.
    KEN: J chiu
  • The unofficial guide to managing eating disorders/Gilbert S D Commerford M C
    Foster City: IDG Books Worldwide. 2000. 270 p
    KEN: J gilb
  • Eating disorders: the facts/Abraham S Llewellyn-Jones D
    New York : Oxford University Press. 2001. 317 p
    KEN: J abra (1 ex 1997) 

Zelfhulp
  • Beyond chaotic eating: a way out of anorexia, bulimia and compulsive eating/Wilkinson H
    London: HarperCollins. 1993. 186 p
    Dit boek geeft informatie over eetstoornissen aan patiënten en biedt zelfhulp. Het geeft, aan de hand van ervaringen van patiënten, een overzicht van wat eetstoornissen zijn. De auteur gebruikt counselingstechnieken als een vorm van zelfhulp. Ze geeft tips en adviezen op welke manier men hulp kan gaan zoeken en welke vormen daarvoor geschikt zijn. Adressen van overkoepelende instanties staan vermeld.
    KEN: K wilk
  • Bulimia nervosa and binge-eating: a guide to recovery/Cooper P J
    Londen: Robinson Publishing. 1995. 160 p
    Dit boek is opgedeeld in twee delen. In het eerste deel wordt uitleg gegeven over boulimia nervosa en binge- eating disorder, of e etbuistoornis. De verschillen worden uitgelegd en er wordt informatie gegeven over mogelijke oorzaken, gevolgen van de eetstoornissen en diverse behandelvormen. In het tweede deel kan de patiënt zelf aan de slag om aan het eetprobleem te werken. Het zelfhulpprogramma bestaat uit zes stappen: eetdagboek, een menu opstellen, ontdekken wanneer een eetbui wordt uitgelokt, omgaan met het eetprobleem, stoppen met diëten, aan het werk met gedachten. Met behulp van werkbladen kan de patiënt alle stappen doorlopen. Er wordt voor gewaarschuwd dat het programma geen gespecialiseerde hulp kan vervangen, wanneer dit nodig blijkt te zijn.
    KEN: K coop
  • That first bite. Chance or choice?: a working guide empowering choice for those with eating disorders/Dunphy R M Sullivan M
    Boca Raton: Jeremiah Press. 1992. 124 p
    Dit zelfhulpboek bevat een groot aantal oefeningen, gebaseerd op het gedachtengoed van de Anonieme Overeters. Het boek is gericht op mensen die overeten of een eetbuistoornis hebben. Iedere oefening wordt afgesloten met een stuk theorie. De auteurs geven aan, dat mensen zelf met dit boek aan de slag kunnen, eventueel met begeleiding van een AO-zelfhulpgroep.
    KEN: K dunp
  • Binge eating: notes and data/Jansen A T M/Rijksuniversiteit Limburg
    Maastricht: Data wyse. 19 90
    KEN: C0.3 jans
  • Fat, fit & feeling fabulous: onde woman´s inspiring journey/Biggs V
    Brew ster: Paraclete Press. 2003. 130 p
    Vevanne Biggs werd als kind seksueel misbruikt door een vriend van de familie. Ze ontwikkelde een negatieve lichaamsbeleving en ging heel veel eten, waardoor ze dik werd. Jarenlang leed ze aan een eetstoornis. Vanaf jonge leeftijd werd het geloof in haar leven heel belangrijk. Als volwassene ging ze sporten, omdat ze door haar overgewicht niet fit was. Haar volgende doel werd het voorbereiden op de triatlon. Haar geloof en haar succes in de sport hielpen haar van de eetstoornis af te komen, ook al bleef ze dik. Aan de hand van haar eigen ervaring, heeft Biggs een zelfhulpprogramma opgesteld voor vrouwen die ook lijden aan een eetbuistoornis. Het christelijk geloof heeft hierin een centrale plaats.
    KEN: K bigg
  • Anatomy of a food addiction: the brain chemistry of overeating: an effective program to overcome compulsive eating/Katherine A
    Carlsbad: Gürze Books. 1996. 241 p
    KEN: K kath
  • Hope, help, & healing for eating disorders: a new approach to treating anorexia, bulimia, & overeating/Jantz G L
    Wheaton: Harold Shaw Publishers. 1995. 200 p
    Zelfhulpboek ontwikkeld vanuit het idee dat behandeling zich niet alleen op de emotionele, maar ook op de relationele, fysieke en spirituele aspecten van eetproblemen moet richten.
    KEN: K jant
  • Clinician's guide to Getting better bit(e) by bit(e): a survival kit for sufferers of bulimia nervosa and binge eating disorders/Treasure J Schmidt U
    Hove: Psychology Press. 1997. 143 p
    KEN: K trea
  • Getting better bit(e) by bit(e): a survival kit for suffere rs of bulimia nervosa and binge eating disorders/Schmidt U Treasure J
    Hove: Lawrence Erlbaum Associates. 1993. 145 p
    KEN: K schm
  • Beetje bij beetje beter: een overlevingspakket voor mensen met bulimia nervosa en/of een vreetbuistoornis/Schmidt U Treasure J
    Utrecht: Uitgeverij SWP. 1997. 175 p
    KEN: K schm
  • Overcoming binge eating/Fairburn Ch G
    New York: The Guilford Press. 1995. 246 p
    Doel van dit boek is mensen met een eetbuistoornis informatie over de stoornis te geven en hen aan de hand van een zelfhulpprogramma te helpen van hun stoornis af te komen. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste bevat 8 hoofdstukken waarin informatie wordt gegeven over wat een eetbui is, wat het onderscheidt van andere eetstoornissen, hoe vaak het bij welke groep en voorkomt, wat de psychologische, sociale en lichamelijke prob lemen zijn di e met een eetbuistoornis gepaard gaan, wat de mogelijke oorzaken zijn voor het ontstaan en het voortbestaan, of er sprake is van een vorm van verslaving en welke therapieën voorhanden zijn. In het tweede deel wordt het zelfhulpprogramma beschreven. Het is gebaseerd is op de cognitieve gedragstherapie en bestaat uit zes stappen die ieder in een hoofdstuk worden behandeld.
    KEN : K fair
  • Eetverslaving: een handleiding om er van af te komen/Verkuil L
    Amsterdam: Babylon-De Geus. 1994. 173 p
    KEN: K verk 

Psychopathologie obesitas
  • Nothing to lose: a guide to sane living in a larger body/Erdman C
    New York: HarperCollins Publishers. 1996. 189 p
    In de westerse maatschappij draagt dik-zijn een stigma. Slank is het schoonheidsideaal en dik wordt daarnaast ook geassocieerd met ongezond. De auteur is zelf dik en arts. Aan de hand van divers onderzoek weerlegt zij onjuiste opvattingen en maakt ze duidelijk, dat dik en gezond prima samen gaat. Het boek bevat oefeningen om een betere lichaamsbeleving te krijgen en zichzelf te accepteren. Aan de hand van dit boek is een zelfhulpprogramma opgezet.
    KEN: C0.4 erdm
  • The overeaters: eating styles and personality/Wise J Kierr Wise S
    New York: Human Sciences Press. 1979. 216 p
    De oorzaak van obesitas of overeten wordt in dit boek herleid tot stoornissen in de psychische en seksuele ontwikkeling. Afhankelijk van de ontwikkelingsfase waarin de stoornis is opgetreden, ontstaat de angstige overeter (orale fase), de boze overeter (anale fase) of de seksuele overeter (genitale fase). Naast dit ontwikkelingspsychologische onderscheid, maken de auteurs nog een onderscheid naar eetstoornissen ontstaan in de adolescentie en tijdens de volwassenheid. Na de beschrijving van deze verschillende categorieën, volgen twee hoofdstukken over de behandeling. Na een hoofdstuk over bewegingstherapie volgt een uiteenzetting van de interventies die geïndiceerd zijn voor de verschillende soorten patiënten.
    KEN: C0.4 wise
  • Behandelingsstrategieën bij kinderen met overgewicht/Braet C Winckel AJM/Cure & Care development
    Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. 2001. 193 p
    De toename van het aantal kinderen met gewichtsproblemen, 15% van de kinderen in Nederland en België kampt met obesitas, en de daarmee gepaard gaande gezondheids- en psychosociale problemen, heeft geleid tot een groeiende behoefte aan informatie. Hierin wil dit boek voorzien. Opzet is een beeld te geven van de kennis die de laatste jaren binnen verschillende disciplines is vergaard. Zo komen in de eerste vijf hoofdstukken de epidemiologische, medische, psychologische, genetische en bewegingswetenschappelijke invalshoek aan bod. De mogelijke interventies en het wetenschappelijk onderzoek naar het effect hiervan, staan centraal in de hoofdstukken die volgen. Aan de orde komen: dieetadviezen, bewegingsprogramma's, gedragstherapie en ouderbegeleiding, een voorbeeld van een multidisciplinair behandelprogramma, en residentiële behandeling. Ook worden twee hoofdstukken gewijd aan bariatrische chirurgie en farmacotherapie en wordt aandacht besteed aan de scepsis die rond deze twee vormen van behandeling heerst. Tenslotte volgen nog twee hoofdstukken over de speciale benadering die obese adolescenten behoeven, en over de eetbuistoorn is. Het boek besluit met richtlijnen voor het bepalen van de meest geschikt behandelwijze.
    KEN: C0.4 brae 

Cognitieve gedragstherapie
  • Monitoring forms for use with bulimia nervosa
    San Antonio: Psychological Corporation. 1997
    Set formulieren behorend bij het programma cognitieve gedragstherapie voor patiënten met boulimia nervosa. Deze set formulieren hoort bij het Client workbook" (vindplaats: F2 appl).
    KEN: F2 appe
  • Nothing to lose?: co gnitive and be ha vioral therapy for obesity and binge eating disorder/Nauta H M
    [s l]: [s n]. 2001. 143 p
    Onderwerp van dit proefschrift is de effectiviteit van een niet op lijnen gerichte gedragstherapeutische en cognitieve therapie gericht op obese vrouwen met en zonder eetbuistoornis. Een van de centrale vragen is welk deel van de cognitieve gedragstherapie het meest effectief is, de cognitieve of de gedragstherapeutische component. In het eerste hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van obesitas en de eetbuistoornis. Daarna wordt een cognitief-gedragstherapeutisch model gepresenteerd en wordt een overzicht gegeven van de studies waarin de effectiviteit van de therapie die uit dit model voortvloeit, is onderzocht. Hoofdstuk drie bevat een gedetailleerde beschrijving van het cognitieve en gedragstherapeutische protocol. De volgende vier hoofdstukken bevatten de resultaten van de empirische studies. Hierin wordt verslag gedaan van onderzoek naar de frequentie en inhoud van de diverse cognities bij obese vrouwen met en zonder eetbuistoornis, de kort-termijn effectiviteit van de cognitieve therapie en de gedragstherapie, de lange-termijn effectiviteit van beide behandelingen en de rol van gewichtsverlies ten aanzien van psychologisch welbevinden, en predictoren voor het resultaat van de be handeling tijdens de follow-up.
    KEN: F2 naut
  • Overcoming eating disorders: a cognitive-behavioral treatment for bulimia nervosa and binge-eating disorder; client workbook/Apple R F Agras W S
    San Antonio [etc]: The Psychological Corporation. 1997. 176 p
    Werkboek behorend bij het programma cognitieve gedragstherapie voor patiënten met boulimia nervosa en een eetbuistoornis, op basis van gecontroleerd effectonderzoek ontwikkeld door de Stanford University in de Verenigde Staten. Bij het werkboek hoort een set formulieren om een eetdagboek op bij te houden voor boulimia patiënten. Het werkboek vormt een eenheid met de 'therapist guide' (vindplaats: F2 agra) en volgt in de hoofdstukken de opbouw van het programma. Het is dan ook de bedoeling dat de patiënt het werkboek tijdens de behandeling doorneemt. Het boek is niet bedoeld als zelfhulpboek.
    KEN: F2 appl
  • Overcoming eating disorders: a cognitive-behavioral treatment for bulimia nervosa and binge-eating disorder; therapist guide/Agras W S Apple R F
    San Antonio [etc]: The Psychological Corporation. 1997. 120 p
    Handleiding voor de toepassing van cognitieve gedragstherapie bij patiënten met boulimia nervosa en een eetbuistoornis. Naast deze handleiding voor de therapeut is er een werkboek voor de patiënt dat tijdens de therapie moet worden doorgewerkt. Beiden zijn gebaseerd op de resultaten van gecontroleerd effectonderzoek aan de Stanford University in de Verenigde Staten. De handleiding bestaat uit vier delen. In het eerste deel wordt (het werken met) de handleiding toegelicht, en wordt achtergrondinformatie gegeven over cognitieve gedragstherapie. In de overige delen worden de drie fasen van de behandeling, onderverdeeld in therapiezittingen, gedetailleerd beschreven.
    KEN: F2 agra
  • Counselling for eating disorders/Gilbert S
    London [etc]: Sage Publications. 2000. 176 p
    Gids voor behandelaars over het gebruik van cognitieve gedragstherapie en psychoeducatie bij de behandeling van eetstoornissen. In de eerste drie hoofdstukken komen diagnostiek, etiologie en de cognitieve gedragstherapeutische benadering van eetstoornissen aan de orde. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt de inhoud van de beh andeling beschreven, beginnend met de aanvang van de therapie. Hierin wordt o.a. een overzicht geboden van vragen en vragenlijsten. Na een hoofdstuk over hulp bij de voeding, volgen hoofdstukken over gedrags- en cognitieve technieken. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan het einde van de therapie. De bijlagen bevatten informatie voor de patiënt over de effecten van eetstoornissen, zelfhulpboeken, richtlijnen voor gezonde vo eding, het ef fect van l ijnen , d e fysieke gevolgen van eetstoornissen en aanwijzingen om de assertiviteit m.b.t. het eetgedrag te vergroten.
    KEN: F2 gilb

Egodocumenten Nederlands
  • Nooit meer slank/Berk M
    Amsterdam: Tiebosch Uitgeversmaatschappij. 1981. 119 p
    Serie verhalen, waarin de auteur over haar gevecht met eten en gewicht vertelt. Pogingen om op dieet te gaan, verzanden telkens in vreetbuien. Wonderkuren helpen niet. Als kind had ze de oorlog meegemaakt, waarin honger een heel andere betekenis had. Eenmaal aan de toneelschool, gaat ze meer eten om uiteindelijk dik te worden. Eten werd een feest, waarop ze besluit nooit meer slank te worden.
    KEN: X0.1 berk
  • Honger in je hoofd: leven in de schaduw van een eetobsessie/Gooren M
    Amsterdam: Uitgeverij Balans. 1995. 159 p
    Monique is 11 jaar, als ze door een groeistoornis blijft steken op een lengte van 1.51 meter. Eten was een bron van troost, waardoor ze dikker werd. Op haar 13e moest ze daarom een dieet gaan volgen. Als de nieuwigheid eraf is, beginnen de eetbuien. Monique geeft een beschrijving van haar jeugd, haar jaar in Amerika, studententijd en haar leven als mollige, volwassen vrouw. Voornamelijk haar beschrijving over de eetbuien en de strijd daartegen zijn onderwerp van dit boek.
    KEN: X0.1 goor 

Romans Nederlands
  • Morgen zal het anders zijn/Wageningen, van G
    Baarn: Bigot & Van Rossum. 1989. 193 p
    Else-Marie heeft een prettig leven met haar baan als telefoniste in een groot warenhuis. Haar enige probleem is haar gewicht. Regelmatig heeft ze last van vreetbuien en af en toe slankt ze af. Haar vriend Leo is tevreden over haar slanke lijn, maar haar baas Tom ziet haar liever molliger. Hij noemt haar plagend Mollie. Else-Marie is verliefd op Tom, maar durft die gevoelens niet toe te laten. Af en toe moet ze met hem werken en ze gaan een dag zeilen. Maar Else-Marie houdt contact met Leo, ook al moet ze niet veel van hem hebben. Hij vindt haar slanke lijn erg belangrijk. Else-Marie heeft het daar moeilijk mee en blijft last houden van vreetbuien. Desondanks kan ze Tom niet vergeten. Ze verlooft zich met Leo, maar houdt niet van hem en verbreekt abrupt de verloving. Als Tom ziek wordt, gaat ze naar hem toe. Tot ontsteltenis van het personeel van het modehuis krijgen Else-Marie en Tom een relatie.
    KEN: Y0.1 wage
  • Een kleine onbekende/McWilliam C
    Breda: Uitgeverij De Geus BV. 1997. 154 p
    Margaret Pride komt als kindermeisje werken bij John en de zwangere Daisy. Het is een doortastende vrouw. Terwijl Daisy moeite heeft met zichzelf en zich regelmatig overgeeft aan eetbuien, regelt de keurige Margaret haar eigen zaken. Het valt Daisy op, dat Margaret een strak eetpatroon heeft en waarschijnlijk aan anorexia lijdt. Pas als Daisy moet bevallen, komt ze erachter, dat Margaret haar plaats in had willen nemen.
    KEN: Y0.1 mcwi 

Non-verbale therapie
  • Gewichtige lichamen: lichaamsbeleving en eetstoornissen/Rekkers M Schoemaker E
    Leuven: Acco. 2002. 242 p Om de negatieve en/of verstoorde lichaamsbeleving van patiënten met eetproblematiek te behandelen hebben de auteurs methodieken ontwikkeld. Deze methodieken zijn in acht verschillende modules uitgewerkt. Lichaams- en bewegingsgerichte methodieken worden gecombineerd met elementen uit de cognitieve gedragstherapie, groepsdynamica, psycho-educatie en de seksespecifieke hulpverlening. In bijlage 1 worden ´lichaams- en bewegingsgerichte arrangementen´ uitgewerkt, in bijlage 2 is opgenomen: een observatie- en evaluatielijst videoconfrontatie, de Body-Cathexis-schaal, de Body-Cathexis-schaal voor kinderen, de Lichaamsattitude-vragenlijst, de Lichaamswaarderingslijst, Evaluatie- en doelenformulier module Psychomotorische therapie met anorexia ne rvosa- en boulim ia n ervosa- patiënten, een bewegingsanamnese en een bewegingsanamnese voor kinderen en ouders.
    KEN: F6 rekk 

Eetstoornissen Algemeen
  • Childhood feeding disorders: biobehavioral assessment and intervention/Kedesdy J H Budd K S
    Baltimore [etc]: Paul H Brookes Publishing. 1998. 402 pRichtlijnen voor diagnostiek en behandeling van een reeks van eetproblemen bij jonge kinderen, zoals selectief eten, weigeren te eten, ontwikkelingstoornissen op het gebied van eten, failure to thrive, eetproblemen als gevolg van een chronische ziekte, pica, ruminatie en obesitas.
    KEN: A0 kede
  • Research priorities in eating disorders/Rudorfer M V Goldstein H
    vol 33; no 3. 1997. p 317-463. Psychopharmacology Bulletin
    KEN: A0 rudo
  • Eating disorders for the primary care team/Perry M
    Dinton: Mark Allen Publishing. 2002. 206 p
    Geschreven voor hulpverleners in de eerstelijnsgezondheidszorg, wil dit boek kennis verschaffen over eetstoornissen opdat hiermee de stoornis eerder herkend en beter behandeld kan worden. De hoofdstukken zijn verdeeld over vier secties, waarin de kenmerken, de gevolgen voor de gezondheid en de behandeling van achtereenvolgens anorexia nervosa, boulimia nervosa, de eetbuistoornis en eetstoornissen bij speciale groepen, zoals mannen, sporters en mensen die lijden aan diabetes mellitus, worden behandeld.
    KEN: A0 perr
  • Behandlungsleitlinie Essstörungen/Fichter M Schweiger U Krieg C et al
    Darmstadt: Steinkopff Verlag. 2000. 50 p
    Duits equivalent van de richtlijn van de American Psychiatric Association voor de behandeling van patiënten met eetstoornissen. De richtlijn bestaat uit drie delen: een eerste deel waarin de stoornissen worden omschreven, epidemiologische gegevens worden verstrekt, erfelijkheidsstudies worden vermeld en het verloop en de prognose aan bod komen, en een tweede en derde deel die gewijd zijn aan de diagnostiek en de behandeling. Hierna volgt een samenvatting van de richtlijn en een drietal beslisbomen die gebruikt kunnen worden bij de diagnostiek, het lichamelijke onderzoek en de keuze voor een behandeling.
    KEN: A0 fich
  • Eetstoornissen: bijdragen over theorie, onderzoek en praktijk/Vanderlinden J Lange A
    Houten [etc]: Bohn Stafleu Van Loghum. 2000. 115 p
    Bundel artikelen waarin vooral Vlaamse auteurs rapporteren over nieuwe ontwikkelingen in onderzoek en behandeling van eetstoornissen. Aanbod komen de volgende thema's: een behandelprotocol voor boulimia nervosa, waarbij ook is onderzocht welke elementen uit de behandeling door de patiënten als het meest belangrijk werden beschouwd; de stand van zaken in de behandeling van zwaarlijvige kinderen; de aanpak van bewegingsdrang bij patiënten met anorexia nervosa; de dynamiek in de relatie van patiënten en hun partners; het belang van impulsiviteit in de subclassificatie van eetstoornissen en een onderzoek naar 'triggers' die eetbuien uitlokken.
    KEN: A0 vand
  • Beyond anorexia: narrative, spirituality and recovery/Garrett C
    Cambridge: Cambridge University Press. 1998. 245 p
    Verslag van een kwalitatief sociologisch onderzoek onder 30 (ex-)patiënten met eetstoornissen naar het proces van herstel. De auteur, zelf ex-patiënt, is van mening dat het vertellen (aan elkaar) over het proces van herstel vanwege de genezende werking onderdeel dient te zijn van de behandeling. Als socioloog stelt ze zich tot taak de verhalen met elkaar te verbinden en ze tot een omvattender verhaal te maken waarmee ze hoopt bij te dragen aan de oplossing van de sociale problemen, die in haar visie aan het ontstaan van eetstoornissen ten grondslag liggen. In het eerste deel beschrijft ze haar eigen levensgeschiedenis en herstelproces. Het tweede deel bevat een kritische beschouwing over visies op anorexia nervosa en de prognose ervan , en wordt beslo ten met verhalen van e x-patiënten over hun herstelproces. In die verhalen komt het herstel als spirituele ervaring steeds terug. Hieraan wordt het derde deel ge wijd. Deel vier tenslotte gaat over het lichaam en de herontdekking ervan in het proces van herstel.
    KEN: A0 garr
  • Eating disorders: a reference sourcebook/Lemberg R
    Phoenix: Oryx press. 1999. 253 p
    Bedoeld als naslagwerk met artikelen, ondergebracht in vijf delen, over symptomen en oorzaken van eetstoornissen, lichamelijke gevolgen van eetstoornissen en fysiologische mechanismen, sociaal-culturele factoren en eetstoornissen bij specifieke groepen, zoals mannen, atleten en zwangere vrouwen, lijnen en obesitas, en verschillende soorten therapieën. Het laatste deel bevat een overzicht van hulpverleningsinstellingen in de Verenigde Staten, een overzicht van boeken en tijdschriften, organisaties, video's en internetsites.
    KEN: A0 lemb

Therapie Overige
  • Weight control through trance and self-hypnosis: study guide/Citrenbaum Ch M
    New York [etc]: W W Norton & Company. 1985. 10 p
    Toelichting bij een cassettebandje dat gericht is op het tot staan brengen van eetbuien door middel van trance en zelf-hypnose. Bevat ook bibliografie met literatuur over verschillende aspecten van de techniek.
    KEN: F8 citr

Eetstoornissen Overzichtswerken
  • Eating disorders and obesity: a comprehensive handbook/Fairburn Ch G Brownell K D
    New York [etc]: The Guilford Press. 2002. 633 p
    Herziene druk van het in 1995 verschenen handboek. De indeling in drie delen (basiskennis, eetstoornissen en obesitas), subdelen (regulatie van eten en lichaamsgewicht; psychologische en sociale factoren, lijnen en lichaamsbeeld; meetmethoden; klinische kenmerken; epidemiologie en etiologie; medische en fysieke aspecten; behandeling en preventie van eetstoornissen en obesitas) en vele korte door deskundigen geschreven hoofdstukken, is gehandhaafd. Nieuwe ontwikkelingen vinden o.a. hun neerslag in hoofdstukken over moleculaire genetica, leptine, de eetbuistoornis, de etiologie van eetstoornissen, de behandeling van boulimia nervosa, de sociale en psychologische konsekwenties van obesitas, genetische oorzaken en oorzaken in de omgeving van obesitas, farmacotherapie en de kwestie van het behouden van het gewicht.
    KEN: A0.1 fair

 
Therapie overzichtswerken

  • Handbook of obesity treatment/Ravussin E Stunkard AJ
    New York: Guilford Publications. 2002. 624 p
    Dit boek biedt een overzicht van de huidige status quo omtrent behandeling van obesitas. In het eerste deel worden prevalentie, gevolgen en etiologie besproken, waarbij ingegaan wordt genetische, metabolische en omgevingsfactoren, epidemiologie en eetstoornissen zoals de eetbuistoornis en het night-eating syndrome. Het tweede deel gaat in op de gevolgen voor de gezondheid bij obesitas en bij gewichtsreducering. Het derde deel geeft aan waar men rekening mee dient te houden bij het opstellen van een behandelplan voor een obese cliënt. Het vierde deel geeft beschrijvingen van diverse vorm en van dieetmanagement, gedragstherapie, medicatie en chirurgische ingrepen. In het vijfde deel wordt dieper ingegaan op behandeling van obesitas, waarbij de volgende onderwerpen aan bod komen: behandeling in de eerste lijn, commerciële en zelfhulpprogramma´s voor gewichtsverlies, behandeling bij etnische minderheden, een negatief lichaamsbeeld, cognitieve gedragstherapie, zelfvertrouwen en programma´s waarbij geen dieet gevolgd wordt. Het zesde deel gaat over obesitas bij kinderen en preventie van obesitas.
    KEN: F0 .1 ravu
  • Handbook of treatment for eating disorders/Garner D M Garfinkel P E
    New York: Guilford Press. 1997. 528 p
    Tweede herziene druk van he t handboek over d e behan deling van eetst oornissen. Beginnend met een historisch overzicht, geeft dit boek de stand van zaken weer met betrekking tot verschillende behandelingen zoals de cognitieve-gedragstherapie en psychoeducatie. Het gaat ook in op de psychodynamische-, de feministische- en gezinsbenadering. Verder gaat het in op ambulante en niet-ambulante behandeling. Tot slot nog een aantal speciale onderwerpen met betrekking tot behandeling, zoals stoornissen in de prepuberteit en eetbuistoornissen.
    KEN: F0.1 garn


Naslagwerken

  • Eating disorders: a bibliography with indexes/Stango J
    Huntington: Nova Science Publishers. 2001. 227 p
    KEN: Z stan


Therapie Algemeen

  • Eating disorders: time for change/Villapiano M Goodman L J
    Philadelphia: Brunner-Routledge. 2001. 174 p
    Praktische handleiding voor behandelaars. Uitgangspunt vormt de 'Stages of change theory' van Prochaska e.a. (1994), volgens welke een interventie alleen effect sorteert indien hij afgestemd is op de veranderingsfase waarin de patiënt zich bevindt. In de eerste drie hoofdstukken wordt de behandelaars gevraagd naar hun wijze van communiceren te kijken, wordt aangegeven hoe zij met deze patiënten moeten werken, een diagnose moeten stellen en een behandelplan moeten maken. De drie daaropvolgende hoofdstukken beogen inzicht te geven in de begrippen honger, de angst voor voedsel en lijnen, de patiënt te helpen zicht te krijgen op de effecten van eetbuien en purgeren, te helpen schatten in welke veranderings fase zij zich bevinden en hen te leren een plan tot verandering te ontwikkelen. Een hoofdstuk over lichaamsbeeld en gewicht wordt gevolgd door hoofdstukken waarin aandacht wordt besteed aan eetstoornissen bij atleten, middelenmisbruik en seksueel misbruik. Het boek besluit met drie hoofdstukken over de diëtistische, somatische en farmacotherapeutische behandeling. Veel hoofdstukken bevatten vragenlijsten en invulformulieren voor patiënten.
    KEN: F0 vill


Etiologie

  • Eating disorders: anatomy of a social epidemic/Gordon R A
    Oxford: Blackwell Publishers. 2000. 281 p
    De toename van het aantal vrouwen met eetstoornissen wordt in dit boek benaderd als cultureel fenomeen. Het begrippenkader is ontleend aan George Devereux. Met name zijn begrip 'ethnic disorder' wordt gebruikt om aan te geven hoe bepaalde stoornissen de uitdrukking zijn van de spanningen in een bepaalde cultuur of historisch tijdperk. Het boek opent met een algemeen hoofdstuk over eetstoornissen (geschiedenis, classificatie, beloop, oorzaken, relatie met andere stoornissen). De discussie over de vraag of het aantal eetstoornissen al dan niet is toegenomen, staat centraal in het derde hoofdstuk. Hierin worden de resultaten van epidemiologische onderzoek, ook buiten Europa en de Verenigde Staten samengevat. De vrouwelijke identiteit en conflicterende rolverwachtingen, seksualiteit en seksueel misbruik, lichaamsbeeld, en eetstoornissen bij mannen, komen in hoofdstuk vier aan de orde, gevolgd door hoofdstukken over het slankheidsideaal, obesitas, lijnen en sporten. In hoofdstuk zeven wordt geïllustreerd hoe afwijkend gedrag dat dominant wordt in een samenleving zich volgens herkenbare patronen voltrekt. Met betrekking tot eetstoornissen komen hierbij de rol van het gezin, leeftijdgenoten en de massamedia aan de orde. In het laatste hoofdstuk wordt aangehaakt bij feministische noties rond de belangrijke rol van het vigerende schoonheidsideaal.
    KEN: D gord


Somatiek

  • Medical issues and the eating disorders: the interface/Kaplan A S Garfinkel P E
    New York: Brunner/Mazel Publishers. 1993. 256 p
    KEN: G kapl