Home >
Cliënten & Publiek >
Wat kan ik doen? > Ik ben docent
Ik ben docent
Wat kan een docent doen?
Docenten op middelbare scholen en in het beroepsonderwijs zien hun leerlingen meestal wekelijks. Daardoor zitten ze vaak in een positie, waarbij zij al vroeg kunnen opmerken, dat er iets aan de hand is. Vooral een gymleraar kan snel signaleren, dat een leerling afvalt. Een eetstoornis is echter niet altijd zichtbaar door op het uiterlijk af te gaan. Ook leerlingen met een normaal gewicht, kunnen ernstige eetproblemen hebben.
Een docent kan daarom ook bedacht zijn op andere signalen:
- Een leerling trekt zich steeds meer terug van sociale contacten en is vaak alleen;
- Een leerling draagt wijde kleding of kleding die te warm is voor de tijd van het jaar; de leerling klaagt zelf over het koud hebben;
- Een leerling besteedt overmatig veel tijd aan het schoolwerk en lijkt geen tijd te hebben voor hobby’s of vrienden;
- Een leerling eet geen voedsel uit de schoolkantine, heeft geen of weinig brood bij zich; eten met anderen wordt vermeden.
Dit betekent niet, dat een leerling die serieus en teruggetrokken is daardoor automatisch aan een eetstoornis zou lijden.
Onderkenning van de ziekte is niet gemakkelijk.
Wanneer u het vermoeden heeft, dat een leerling aan een eetstoornis lijdt, of een leerling heeft u in vertrouwen genomen, dan is het zaak niet het probleem zelf te willen oplossen. Hiervoor is professionele hulp nodig. U kunt uzelf over hulpverleningsmogelijkheden informeren, bij voorbeeld op deze website. Een schoolmediatheek kan behulpzaam zijn door voorlichtings- en zelfhulpboeken in de collectie op te nemen en brochures die leerlingen mee kunnen nemen.
Een beginnend eetprobleem bij een leerling kan ontaarden in een ernstige eetstoornis. Dit wilt u natuurlijk voorkomen. Ga het probleem vooral niet bagatelliseren. Het is belangrijk, dat de ouders op de hoogte zijn. Het is niet gemakkelijk dit aan de ouders mee te delen. Het kan zijn, dat zij het niet als een probleem zien, of het al eerder doorhadden, maar niet wisten hoe ermee om te gaan.
Wat kunt u doen?
- De leerling de kans geven het zelf te bespreken, waarbij u afspreekt er b.v. binnen 2 weken op terug te komen.
- Samen met de leerling het gesprek met de ouders voeren.
- Als het voorgaande niet haalbaar is zelf de ouders inlichten. Het is beter de ouders op school uit te nodigen, dan een gesprek over de telefoon te voeren. U kunt meehelpen bij het zoeken naar gespecialiseerde hulp.
Ook wanneer er geen leerling met een (beginnende) eetstoornis in een klas zit, kan er op een positieve manier aandacht aan worden besteed. In relevante lessen (biologie, verzorging) kan gewezen worden op cosmetische consequenties van eetstoornissen, zoals haaruitval en aantasting van het gebit en de risico’s van lijnen. Maak leerlingen kritisch t.o.v. boodschappen uit de media en besteed aandacht aan zelfvertrouwen en invloed die leerlingen uit kunnen oefenen door te reageren op misleidende informatie uit de media. Een klas uit Noorwegen kreeg voor elkaar, dat een dieetwedstrijd van Coca Cola al na een dag werd afgeblazen. Wees niet negatief over dikke mensen. Ook eigen normen en waarden t.a.v gewicht, diëten en uiterlijk kunnen eens kritisch onder de loep worden genomen.
Literatuur
- Treasure J (1997) Anorexia nervosa: a survival guide for families, friends and sufferers. Hove: Psychology Press
- Dawson D (1995) Eating disorders: a quick guide. Cambridge: Daniels Publishing
Literatuursuggesties, voor wanneer u meer wilt lezen over dit onderwerp:- Eetstoornissen bij leerlingen. Wat kun je doen? Een handreiking voor docenten, ISBN 90-804247-5. Deze brochure is te bestellen bij Ziezo. Tel. 0575 503437 Fax. 0575 503368. Mail: info@ziezozelfhulp.nl of via het bestelformulier www.ziezozelfhulp.nl
- Walter Vandereycken "spreekuur thuis" over anorexia en boulimia nervosa, een beknopte besch rijvi
ng van eetstoornissen. Wormer: Immerc, ISBN 90-66114932,
- Deskundigen over eetstoornissen, de meest gestelde vragen over eetstoornissen helder en overzichtelijk beantwoord. Ria Bremer, Tririon, Baarn, ISBN 90-5121-852-4
- Johan Vanderlinden: Anorexia nervosa overwinnen, Lannoo Tielt, ISBN 90-209-3980-7 en Boulimia nervosa overwinnen, Lannoo Tielt, ISBN 90-209-4324-3. Beide boeken zijn een gids voor patiënt, gezin en hulpverlener en geven informatie over de eetstoornis, de achtergrond, bijkomende problemen. De boeken bevatten zelfhulpopdrachten en besteden aandacht aan de hulp die de omgeving kan bieden.
Verklarende woordenlijst
© 2010 Nederlandse Academie voor Eetstoornissen
Grafisch ontwerp: Dickhoff design
Technische realisatie:
MedWeb Development Lab